Oostenrijkse zenuwarts en psychiater. Grondlegger van de psychoanalyse. Bekend van woorden als verdringing, het onbewuste en vrije associatie. Onderdelen uit zijn psychoanalytische theorieën zijn achterhaald. De epistemologie (of bron van kennis) van zijn werk is echter nog altijd zeer belangrijk als beginstadium van veel wetenschappelijk onderzoek en psychotherapie.
Zwitserse psychiater en analytisch psycholoog. Werkte aanvankelijk nauw samen met Sigmund Freud, maar brak later met hem. Bekend van termen als het collectieve onderbewuste, archetypen en dieptepsychologie.
Amerikaans humanistisch psycholoog. Grondlegger van de cliënt-centered therapie (ook Rogeriaanse therapie genoemd); een non-directieve vorm van psychotherapie. Kernwoorden in zijn therapie zijn onvoorwaardelijke positieve gezindheid, congruentie en empathie.
Zwitsers ontwikkelings-psycholoog. Leerling van Jung en collega van Binet. Bekend van de vier stadia in de ontwikkeling van kinderen en begrippen als object-permanentie, schema's, assimilatie, accomodatie en equilibratie.